Beschrijving
In Kritiek der grondslagen van onze tijd onderzoekt Rudolf Boehm de fundamenten van het moderne denken, gevormd door wetenschap, objectiviteit en het streven naar zuiver theoretisch weten. Hij laat zien dat deze idealen hun oorsprong hebben in de Griekse filosofie, maar in de moderne tijd een eigen dynamiek hebben ontwikkeld die steeds verder afstaat van menselijke eindigheid, zintuiglijkheid en waarden. Het ideaal van objectiviteit wordt volgens Boehm vaak opgevoerd tot hoogste goed, los van de grenzen van het menselijk bestaan. Een belangrijk deel van zijn kritiek richt zich op de manier waarop wetenschap en techniek de werkelijkheid reduceren tot objecten van beheersing: iets dat gemeten, voorspeld en gecontroleerd kan worden. In dat proces raakt de menselijkheid op de achtergrond — sterfelijkheid, lichamelijkheid en ethische verantwoordelijkheid worden weggedrukt. Boehm stelt dat het streven naar een “goddelijk” of volmaakt weten uiteindelijk leidt tot vervreemding, omdat het onze werkelijke menselijke conditie miskent. Daartegenover ontwikkelt Boehm een alternatief: een filosofie van de eindigheid. Voor hem is eindigheid niet een tekort, maar juist de voorwaarde voor menselijk denken, handelen en betekenis. Het erkennen van onze grenzen en gebondenheid opent ruimte voor werkelijk mens-zijn, voor handelen in plaats van louter beschouwen. Kritiek der grondslagen van onze tijd is daarmee zowel een fundamentele analyse van de moderne cultuur als een oproep tot herbezinning op wat ons bestaan werkelijk draagt.


Beoordelingen
Er zijn nog geen beoordelingen.